Een zestienjarige moeder

Als ik de verloskamers binnen loop, zie ik meteen het zestienjarige meisje weer, dat ik gisteren ontmoette. Ze ligt in de hoek van de ruimte, op een veel te klein en hard bed, een brancard, die oncomfortabel moet zijn. Haar koffiekleurige ogen staren me aan, terwijl ze me vraagt dichterbij te komen. Ze heeft een infuus met een weeën opwekkend middel in haar hand, waardoor de weeën vaker komen dan zou moeten. Er is nauwelijks een pauze, wat gevaarlijk kan zijn voor de baby en bovendien vermoeiend voor haar. Stiekem verlaag ik de hoeveelheid van het middel dat haar aderen vult. Ze bedankt me.

Er is geen familie om haar te ondersteunen, privacy is er nauwelijks. De brancards, bedden kun je het niet noemen, worden enkel van elkaar gescheiden door een dun douchegordijn. Het is schrijnend om te zien dat een zestien jarig meisje hier alleen ligt. Nog schrijnender is wat ze me gisteren vertelde. Haar man is in de zestig, ze werd op haar dertiende aan hem uitgehuwelijkt. Ik heb met haar te doen en ben boos op de situatie, op de mensen die haar dit hebben aangedaan, maar weet ook dat het uithuwelijken hier heel normaal is. Ik weet niet goed hoe ik haar kan steunen, anders dan te doen waarvoor ik ben opgeleid, te luisteren en haar dat kleine beetje verlichting te geven door haar onderrug te masseren.

Nadat ik heb vastgesteld dat het meisje mag gaan persen en de baby er klaar voor is om geboren te worden, trek ik de handschoen uit en gooi deze in de doos achter me. Terwijl ik dat doe, vraag ik de verpleegkundige om een bevallingsset en schone handschoenen. In deze set liggen instrumenten om te gebruiken tijdens de bevalling. De onderzoeken verlopen moeizaam en het meisje is zichtbaar in paniek. Met beide handen hou ik die van haar vast en kniel neer tot onze ogen elkaar ontmoeten. Ik benadruk dat ik weet dat ze heel veel pijn heeft en probeer uit te leggen wat ze moet doen. Terwijl ik dat doe, hoor ik dat mijn stem de emoties niet zo goed verbergt als ik zou willen. Als er weer een wee komt, pakt ze haar beide benen vast en begint met persen.

Snel trek ik de schone handschoenen aan en bekijk de set die net is klaargelegd. ‘’Zijn er geen andere scharen?’’ vraag ik, terwijl ik eigenlijk het antwoord al weet. Naast deze hele situatie, vervloek ik nu ook mezelf. Perfect scherpe scharen liggen namelijk gewoon nog in mijn koffer. Vergeten, stomme idioot dat ik ben. Nog iets om te vervloeken, is het feit dat ik de vagina zal moeten inknippen om de baby geboren te laten worden. Zonder verdoving, want ook dat is juist vandaag niet aanwezig. Het enige wat ik kan doen, is knippen op het moment dat de wee het meeste pijn doet. Met tegenzin leg ik uit wat ik van plan ben, maar er is geen tijd voor reactie. Een nieuwe wee kondigt zich aan. Ze schreeuwt en duwt, terwijl ik de schaar pak die niet bedoeld is om in een mensenhuid te knippen. Ik haal diep adem, zeg alvast sorry, en knip, maar de botte schaar en haar taaie huid maken het akelig moeilijk. Ze schopt me, iets wat ik op dit moment misschien wel verdien. Direct na de knip, pak ik een geruststellend huilende baby aan en leg het op haar buik. Een troost, voor wat ik haar net heb aangedaan.

De baby, een jongetje, is kerngezond, maar zijn moeder zal tijd nodig hebben om deze bevalling te verweken. Toch lijkt van emotie geen spraken meer. Ze heeft zichzelf herpakt en alsof er niets is gebeurd, kijkt ze trots naar het nieuwe leven op haar borst. Enkele uren later zie ik hoe ze haar zoontje voedt. Ik spreek mijn bewondering uit als ik zie hoe dit meisje, deze moeder, zonder enige moeite borstvoeding geeft. Haar baby drinkt gulzig, druppels zichtbaar in zijn mondhoek. Ik heb zo veel mensen in Nederland en België zien worstelen met borstvoeding. Maar hier nog nooit. Ze lijken allemaal precies te weten hoe ze hun pasgeborenen moeten voeden. Alsof het menselijk instinct het overneemt.

Tot op de dag van vandaag voel me schuldig over wat ik haar heb aangedaan. Ook al stond ik machteloos en moest ik het doen met de beperkte middelen die er waren. Ik denk vaak aan hoeveel haar bespaard had kunnen blijven, als deze kliniek over ook maar de helft van de Nederlandse voorzieningen had beschikt. Een zestienjarige moeder, in wezen nog een kind. Een kind dat ik zoveel meer had willen bieden, dat zoveel meer had verdiend.